Van Ruzie naar Ruimte voor een gesprek

Gepubliceerd op 28 augustus 2026 om 15:10

Van ruzie naar Ruimte voor het gesprek: hoe doe je dat als je volloopt van frustratie?

“Het begint soms om iets kleins en ineens zitten we midden in een ruzie.”
“Als ik iets probeer uit te leggen, trekt zij zich terug. Terwijl je dingen toch op zal moeten lossen? Ik doe tenminste mijn best om contact te krijgen.”
“Zij blijft maar doorgaan, terwijl ik juist even rust nodig heb.”
“We houden van elkaar, maar op die momenten lijkt het alsof we tegenover elkaar staan.”
“En het frustrerende is: we hebben dit gesprek al zo vaak gehad. Waarom lukt het ons niet om het deze keer anders te doen?”

 “Veel stellen komen bij mij omdat ze merken dat ze steeds opnieuw in hetzelfde gedoe terechtkomen. Ze willen helemaal niet zo tegen elkaar doen. Dat weten ze vaak in het moment zelf al maar het lijkt onmogelijk om het te stoppen. Vaak weten ze achteraf ook precies wat er misging. Maar op het moment zelf lijkt het alsof ze geen keuze meer hebben. En dat is op zich logisch als je begrijpt wat er allemaal gebeurt in zo’n moment, zowel fysiek als mentaal.”

Wat gebeurt er dan?

“Wanneer we ons getriggerd of geraakt voelen, reageren we vaak sneller dan we kunnen nadenken. Ons lichaam komt in een staat van spanning, emoties geven van binnen uit signalen “HELP, JE BENT IN GEVAAR”.
Dat heeft de natuur op zich goed geregeld, logisch nadenken is immers te traag in bedreigende situaties, die vragen om direct handelen, en onze hersenen maken niet veel onderscheid tussen een fysieke aanval van een creapy roofdier of een heftige verbale ruzie. Je lichaam schiet in de vecht-of-vluchtreactie. En als dat niet genoeg is in freeze of fawning, maar in de meeste ruzies is vechten of vluchten de keuze die het systeem eerst uitprobeert.
Het lijf maakt dan razendsnel adrenaline, noradrenaline en cortisol aan. Die spelen een cruciale, maar heel verschillende rol. Noradrenaline (en adrenaline) piekt binnen enkele seconden (handig als je moet vechten of vluchten) en begint al binnen enkele minuten tot een half uur na de ruzie af te breken. Het trillende gevoel trekt weg. Cortisol (bedoeld om een stressvolle situatie lang vol te houden) remt alle ‘onbelangrijke’ processen in het lichaam en mobiliseert de reserves. Dit blijft een stuk langer voelbaar, zeker na een flinke ruzie. Normaal breekt het lichaam dit binnen 2 tot 4 uur af (daarom kan je je ook als het weer bijgelegd is nog best even instabiel voelen) maar dat lukt het lijf niet altijd.”

Wanneer niet dan?

“Veel mensen gaan over van gezonde reflectie, naar piekeren en mentaal herhalen wat er gebeurd is (rumineren/herkouwen). Hoewel de natuur dit goed bedoelt, immers als ik nu helemaal heb uitgedacht wat er is gebeurd dan kan ik het de volgende keer misschien voorkomen en ben ik veilig, is het voor de hersenen een signaal dat het nog steeds behoorlijk mis is. En dat verlengt de aanwezigheid van cortisol in het bloed soms wel tot 24 uur.
Daarnaast is ‘gestapelde stress’ (soms door werk, ziekte van een geliefde, rouw etc.) ook een flinke verlenger. Dan weet het lichaam niet meer goed de weg terug te vinden en blijft het lichaam alert. Niet zo gek dus dat een ruzie weer ontvlamt bij een kleine trigger, het is immers nog niet in de staat van rust en logisch nadenken gekomen.”

Okay, dus het lichaam is onderdeel van de dynamiek, hoe zit dat met denken?

"Ons verstand is gemaakt om situaties, problemen, op te lossen en ze voor te zijn. Dus gedachten gaan zich ermee bemoeien. Het brein probeert te verklaren en te ordenen, dat is zijn taak. Het produceert dan (vaak ‘absolute’)gedachten als: ‘Hij luistert nooit’, ‘Zij begrijpt mij weer eens niet’ of ‘Ik moet mezelf altijd verdedigen’.
En omdat we geleerd hebben naar onze gedachten te luisteren -ook als die niet logisch of kloppend zijn- ontstaat er een sterke neiging om iets te doen.”

Zoals?

"De één gaat harder praten, de ander trekt zich terug. De één wil het probleem onmiddellijk oplossen, de ander wil juist afstand. De één voelt zich daardoor nog meer afgewezen en gaat nog harder op zoek naar contact. De ander ervaart dat als nog meer druk en trekt zich verder terug."
"Zo ontstaat een zichzelf versterkend ‘lichaam-verstand’ patroon,” legt Merle uit. “En op een gegeven moment gaat het gesprek nauwelijks meer over het oorspronkelijke onderwerp. We re-ageren als mens dan vooral nog op elkaar.”

Maar als je weet dat je in zo’n patroon terechtkomt, waarom is het dan zo moeilijk om er gewoon mee te stoppen?

“Omdat je reactie op zo’n moment heel begrijpelijk is vanuit een overlevingsperspectief. Je probeert jezelf te beschermen. Als je je niet gehoord voelt, kan het logisch voelen om harder te gaan praten om te krijgen wat je wilt (je behoefte vervuld te krijgen). Als je je overweldigd voelt, kan het logisch voelen om afstand te nemen. Het probleem is niet dat die reactie er is. Het probleem ontstaat wanneer je er automatisch naar gaat handelen! Dan heb je geen keuzevrijheid.”

Daar ligt volgens Merle een belangrijk aangrijpingspunt voor verandering.

Een eerste stap is leren herkennen wat er in jezelf gebeurt. Niet alleen: wat doet mijn partner? Maar ook: wat gebeurt er nu in míj?”

“Ik merk op dat mijn lijf reageert, dat ik boos word.”
“Ik voel de neiging om mezelf te verdedigen.”
“Ik merk dat ik wil weglopen.”
“Ik merk dat ik koste wat kost wil dat mijn partner begrijpt dat ik gelijk heb.”

“Op het moment dat je dat kunt opmerken, ontstaat er iets van ruimte. Je bent je boosheid nog steeds niet kwijt. Je hebt nog steeds de neiging om weg te lopen of terug te slaan. Maar je bent er niet meer volledig door overgenomen.”

Dat vermogen heeft binnen de psychologie een naam: psychologische flexibiliteit.

“Psychologische flexibiliteit betekent niet dat je altijd rustig bent of dat je alles moet kunnen accepteren. Het betekent dat je ruimte kunt maken voor wat je voelt en denkt, terwijl je tegelijkertijd kunt kiezen hoe je wilt handelen. Je kunt dus iets moeilijks ervaren en toch handelen in de richting van wat voor jou belangrijk is.”

Onderzoek naar relaties laat zien dat dit relevant is. Een grote meta-analyse van 174 onderzoeken, met in totaal bijna 44.000 deelnemers, vond dat psychologische inflexibiliteit binnen romantische relaties samenhangt met onder andere meer negatief conflict en lagere relatie- en seksuele tevredenheid. (ScienceDirect)

“Dat vind ik een belangrijk gegeven,” zegt Merle. “Want het betekent dat het niet alleen gaat om de inhoud van jullie ruzies. Het gaat ook om de manier waarop je omgaat met wat er in jezelf gebeurt wanneer je geraakt wordt.”

Dat betekent volgens haar niet dat je je gevoelens moet onderdrukken.

“Juist niet. Je hoeft je boosheid niet weg te krijgen voordat je een goed gesprek kunt voeren. Je kunt boos zijn én ervoor kiezen om niet te schreeuwen. Je kunt gekwetst zijn én vertellen wat er werkelijk met je gebeurt. Je kunt bang zijn én toch in contact blijven.”

Daarmee verschuift de aandacht van de vraag “Hoe krijg ik mijn partner zover dat hij of zij verandert?” naar een andere vraag:

“Hoe wil ík met mijn partner omgaan, juist nu dit moeilijk is?”

“Dat is een heel wezenlijk verschil. Je kunt je partner niet controleren. Je kunt niet bepalen of de ander luistert, verandert, begrip toont of precies reageert zoals jij zou willen. Maar je kunt wel onderzoeken hoe jij wilt zijn in deze relatie.”

En juist daar komt volgens Merle ‘Ruimte’.

“Ruimte betekent voor mij niet dat je alles maar moet laten gebeuren. Het betekent dat er ruimte komt tussen wat je voelt en wat je doet. Ruimte om even stil te staan. Ruimte om te ontdekken wat er onder je boosheid zit. Ruimte om te voelen wat je werkelijk nodig hebt. En ruimte om vervolgens bewust te kiezen hoe je wilt reageren.”

Want onder een verwijt zit vaak een verlangen?

“Precies. ‘Jij luistert nooit’ kan bijvoorbeeld betekenen: ‘Ik verlang ernaar dat je mij begrijpt.’ Achter boosheid kan verdriet zitten. Achter afstand kan angst zitten. Achter controle kan onzekerheid zitten. En achter de behoefte om gelijk te krijgen kan een heel menselijk verlangen naar erkenning of verbinding zitten.

Dat vraagt moed.

“Zeker. Het is kwetsbaarder om te zeggen: ‘Ik ben eigenlijk bang dat ik niet belangrijk voor je ben’ dan om te zeggen: ‘Jij geeft ook nooit om mij.’ Maar het eerste opent een deur. Het geeft de ander de mogelijkheid om jou werkelijk te ontmoeten.”

Het gesprek verandert daarmee van karakter.

"Ja, niet meer: wie heeft er gelijk? Maar: wat gebeurt er met mij, wat gebeurt er met jou en hoe willen we hiermee omgaan? Dat betekent overigens niet dat je altijd zacht moet zijn. Soms betekent betrokken blijven juist dat je duidelijk je grens aangeeft. Soms betekent het dat je zegt wat je nodig hebt. En soms is het verstandig om een gesprek tijdelijk te onderbreken omdat de spanning te hoog is. Ik raad stellen dan wel altijd aan om een moment af te spreken om het er over te hebben, anders is de verleiding groot om weg te lopen van het probleem in plaats van het als waardevol leermoment te zien.”

Het verschil zit volgens Merle in de bedoeling.

“Neem je afstand om de ander te straffen of om uit het contact te verdwijnen? Of neem je even afstand om jezelf te reguleren, zodat je daarna weer werkelijk aanwezig kunt zijn? Dat zijn twee heel verschillende bewegingen.”

Onderzoek naar psychologische flexibiliteit bij stellen ondersteunt het belang hiervan. In onderzoek onder romantische koppels bleek meer psychologische flexibiliteit samen te hangen met meer positieve gevoelens, minder negatieve gevoelens en een betere ervaren relatiekwaliteit. (Open Research Online)

En hoe zit het met ACT, de therapievorm waarop deze manier van werken is gebaseerd?

“ACT staat voor Acceptance and Commitment Therapy. In mijn werk gebruik ik ACT niet als een verzameling trucjes om ruzies te voorkomen. Het gaat veel meer over leren omgaan met de gedachten, gevoelens en impulsen die je in een relatie tegenkomt. Kun je ruimte maken voor wat moeilijk is en vervolgens handelen vanuit wat je belangrijk vindt?”

Recent onderzoek naar ACT bij stellen is voorzichtig positief. Een systematische review en meta-analyse van 17 gerandomiseerde onderzoeken vond positieve effecten ten opzichte van controlegroepen op onder meer communicatie, intimiteit en relatie- en levenskwaliteit. De onderzoekers benadrukken tegelijkertijd dat ACT voor stellen nog niet overtuigend beter is gebleken dan andere goed onderzochte relatietherapieën en dat meer onderzoek nodig is. (ScienceDirect)

“Dat vind ik eigenlijk een gezonde manier om naar therapie te kijken,” zegt Merle. “Ik geloof niet in één methode die voor iedereen werkt. Wat ik belangrijk vind, is dat een stel beter leert begrijpen wat er tussen hen gebeurt en vervolgens nieuwe mogelijkheden krijgt om daarmee om te gaan.”

Want het doel van relatietherapie is volgens haar niet een relatie zonder ruzie.

“Ruzie maken betekent niet automatisch dat een relatie slecht is. Verschillen, irritaties en botsingen horen bij het samenleven. De vraag is eerder: wat gebeurt er wanneer jullie geraakt worden? Kunnen jullie elkaar dan nog blijven zien? Kun je jezelf blijven voelen zonder de ander kwijt te raken? En kunnen jullie na een botsing weer naar elkaar toe bewegen?”

“Daar ontstaat voor mij de echte Ruimte.”

Ruimte om jezelf te zijn én verbonden te blijven.
Ruimte om te voelen wat er speelt zonder er automatisch naar te handelen.
Ruimte om te luisteren zonder jezelf kwijt te raken.
Ruimte om grenzen te stellen zonder de verbinding te verbreken.

En uiteindelijk ruimte om opnieuw te kiezen voor de relatie die 2 mooie mensen samen willen hebben. Niet tegenover elkaar. Maar weer naast elkaar.

Bronnen

Daks, J. S., & Rogge, R. D. (2020). Examining the correlates of psychological flexibility in romantic relationship and family dynamics: A meta-analysis. Journal of Contextual Behavioral Science, 18, 214–238. (ScienceDirect)

Twiselton, K., Stanton, S., Gillanders, D., & Bottomley, E. (2020). Exploring the links between psychological flexibility, individual well-being and relationship quality. Personal Relationships, 27(4), 880–906. (Open Research Online)

Barraca, J., Polanski, T., Duarte-Díaz, A., & Perestelo-Pérez, L. (2025). Acceptance and commitment therapy for couples: A systematic review and meta-analysis. Journal of Contextual Behavioral Science, 35, 100867. (ScienceDirect)

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.